Ga naar inhoud. | Ga naar navigatie

NEN 2678. PGS 15 regels in het kort

Brandveilige kasten en de regels voor in laboratoria en bedrijfspanden

Volgens CPR 15-1 / NEN 2678:

Bij opslag (licht en zeer licht) ontvlambare stoffen en gevaarlijke stoffen die vallen onder de werksfeer van de
CPR 15-1 hanteert men de volgende regelgeving:
30 Minuten brandwerende veiligheidskasten  volgens NEN 2678

1.1 Indien in een losse kast (licht) ontvlambare stoffen worden bewaard, mag per 50 m² vloeroppervlak slechts één losse kast met voornoemde gevaarlijke stoffen aanwezig zijn.• per ruimte maximaal twee kasten
• opslag per kast maximaal 150 liter
• Lek-opvangcapaciteit 100% van de inhoud
• afzuiging per kast verplicht, 10 voudige mechanische verversing per uur
• plaatsing in gang, kelder, souterrain niet toegestaan

brandwerende veiligheid kasten die aan bovenstaande voldoen  vindt u hier : 30 min brandwerende veiligheidskast

90 Minuten brandwerende veiligheidskasten  volgens NEN 6069
• geen beperkingen aantal kasten per ruimte
• opslag per kast maximaal 250 ltr. / kg
• afzuiging per kast niet verplicht . Vanuit veiligheids oogpunt niet noodzakelijk, echter gezien
van uit arbeidshygiënisch oogpunt sterk aan te raden.
• bij gebruik in opslagruimte geen eisen aan wanden, vloeren en plafonds
• geen eis t.o.v. afstand deuren **
• plaatsing in gang, kelder, souterrain mogelijk **
** Met de plaatselijke voorschriften dient men wel rekening
te houden (Brandweer, Arbo Dienst, Veiligheids Dienst etc).

brandwerende veiligheid kasten die aan bovenstaande voldoen  vindt u hier :  90 min brandwerende veiligheidskast

Indien losse kasten rug aan rug of zij aan zij zijn geplaatst, mogen in het betrokken werklokaal geen werkzaamheden die verhoogd brandgevaar met zich meebrengen worden uitgevoerd. Ten hoogste twee kasten mogen per werklokaal op de omschreven wijze tegen elkaar worden geplaatst. Losse kasten mogen niet ter afscherming van ruimten worden gebruikt.

Losse kasten mogen niet binnen 1 meter afstand van deuren of andere gelegenheden tot ontsnapping zijn geplaatst.

Losse kasten mogen niet in een kelder, souterrain, trappenhuis of een gang, die als vluchtweg dienst moet doen, zijn geplaatst.

2 Compartimentering

2.1 Bij compartimentering in losse kasten zowel als bouwkundige, kasten, moet voor iedere, volgens de voorschriften 6.1.1 en 6.1.2 te compartimenteren stof, een aparte lekbak zijn geconstrueerd.

2.2 Deze lekbak moet indien het (licht) ontvlambare vloeistoffen betreft de gehele inhoud kunnen opvangen.

2.3 In de overige gevallen moet de lekbak een inhoud hebben van ten minste de grootste verpakking vermeerderd met 10% van de inhoud van de overige verpakkingen.

3 Constructie losse kasten

3.1 Een losse kast moet voldoen aan NEN 2678.

Toelichting

Mogelijke uitvoering van ventilatieopeningen:

  • Helft van de openingen: in een wand nabij de vloer doch niet lager dan de bovenzijde van de drempel.

  • Andere helft van de openingen: zo hoog mogelijk in de tegenovergelegen wand of in de afdekking van de kast.

Meer informatie : http://www.publicatiereeksgevaarlijkestoffen.nl

Realisatie door Four Digits op basis van Plone.